Nu aan het lezen
Tien gouden regels voor een succesvolle wildkampeerervaring

Tien gouden regels voor een succesvolle wildkampeerervaring

Als je de foto’s die op social media circuleren mag geloven is wildkamperen – kamperen buiten campings en camperplaatsen om – niets minder dan een aaneenschakeling van verlaten stranden, ruige natuur en ter plaatse een beetje halfnaakt in je camper rondhangen. Maar ondanks dat guitige quotes als ‘don’t look for destinations, let adventure come and find you’ het hartstikke lekker doen op je emaillen mokje, is de realiteit vaak net iets ingewikkelder. Vraag het willekeurige camperaars en je ontdekt al gauw dat het vinden van fijne wildkampeerplekken niet alleen heel spannend, maar feitelijk ook een soort hogere wiskunde is. Dat niet alleen: hoe je vervolgens met die plekken en je eventuele buren aldaar omgaat is soms helemaal niet zo simpel. Wij sloegen de vanlife-etiquette er op na en stelden tien regels op voor een succesvolle wildkampeerervaring voor jou én je medekampeerders.

1. Een goed begin is het halve werk

Je hoeft het wildkampeerwiel gelukkig niet zelf uit te vinden. Er zijn tal van apps die je helpen een heerlijke plek voor de nacht te vinden. De bekendste is Park4Night, maar ook iOverlander, Search for Sites (voor wildkampeerplekken in het Verenigd Koninkrijk) of bijvoorbeeld Flush (voor het dichtstbijzijnde openbare toilet) zijn érg handig. Pluis camperfora en Facebookgroepen uit om de meest geschikte apps voor jouw bestemming en persoonlijke voorkeuren op een rijtje te krijgen. Zo is wildkamperen een heel ander verhaal in Zweden (een recht) dan in Portugal (sinds 2021 keihard verboden). En waar de één een openbaar toilet op loopafstand belangrijk vindt, verblijft de ander liever van God en alles verlaten.

2. Google Maps je de moeder

Er komt een dag dat je je ergens bevindt waar in geen velden of wegen voorgekauwde wildkampeerplekken te vinden zijn. Je apps blijven angstvallig stil, je bent moe (of erger: hongerig) en je wilt gewoon die camper parkeren en een biertje opentrekken. Dan is er eigenlijk maar één oplossing en dat is jezelf helemaal de moeder Google Maps-en. Geloof ons, het wordt een sport. Zoek in je omgeving naar doodlopende weggetjes, afgelegen parkeerterreinen of goed verstopte bosjes en ga op onderzoek uit. De kans dat je een verlaten strandopgang helemaal voor jou alleen vindt is misschien wat klein, maar een veilige plek voor de nacht is zomaar gevonden!

3. Check je omgeving

Het lijkt misschien een open (schuif)deur, maar check bij aankomst altijd even de omgeving. Een review op Park4Night zegt niet alles, de plek zelf vaak des te meer. Ligt er veel zwerfafval (met name van fastfoodketens), of staan er enorme zwarte donuts – je weet wel, van die bandensporen – op de grond? Dan is de kans groot dat jouw idyllische wildkampeerplek ’s avonds of ’s nachts als hangplek wordt gebruik. Kun je natuurlijk hartstikke gezellig vinden, maar zo niet: wegwezen. Check ook altijd even of je in geval van nood makkelijk weg kunt komen, of hulp in kunt schakelen. Is ongetwijfeld helemaal niet nodig, maar wel goed voor je nachtrust. 

4. Verstop je eens in de drukte

‘Hiding in plain sight’ is niet voor niets een uitdrukking. Een van de best bewaarde geheimen voor een succesvolle wildkampeerervaring in een (grote) stad is het station. Heel veel steden hebben een vrij groot parkeerterrein waar je je bus zonder problemen kunt parkeren, mits je natuurlijk een beetje onopvallend de nacht doorbrengt. Ook fijn om even uit te zoeken: of er misschien een fijne parkeerplek aan de rand van de stad is, die zich in de buurt van een goede OV-verbinding bevindt. Parkeer liever niet in een woonwijk. Mensen houden over het algemeen niet enorm van vreemd gespuis in busjes op hun stoep.  

5. Lief vragen helpt

Gouden regel voor het leven in het algemeen en wildkamperen in het bijzonder: soms kom je een heel eind door het gewoon even lief te vragen. Zo kun je regelmatig bij wijngaarden, champagnekelders, pubs, restaurants of op boerenerven terecht. Hoeft niet eens altijd wat tegenover te staan, maar het is wel extra leuk als je in ruil voor de gastvrijheid een doosje wijn aanschaft, een flesje bubbels koopt, een lekker maaltje eet, een avond aan de toog hangt of helpt met wat stront van het erf scheppen. Wie goed doet, goed ontmoet, toch?

‘Ruim andermans rommel ook gewoon even op. Houd je de plek ook leuk voor de kampeerders na jou.’

6. Don’t be a dick

Het lijkt zo simpel, maar toch is het schijnbaar voor veel camperaars nog een hele opgave: wees geen eikel. Je hoeft echt niet met de hele goegemeente koffie te drinken, maar zwaai even vriendelijk naar je buurman, groet je medereizigers en parkeer je dikke bus niet direct voor het uitzicht van een ander. Een gitaartje is leuk, hardcore wat minder; je motor kort laten draaien om in uiterste nood je accu een beetje bij te laden is oké, je motor constant laten draaien om je airco te laten loeien bloedirritant. Gedraag je een beetje. 

7. Ruim je rommel op (en geef het goede voorbeeld)

Ook een ogenschijnlijk inkoppertje: maak er geen zooitje van. Je was vast niet van plan om je vuilniszak naast je deur te legen, maar ook subtielere troep maakt dat wildkamperen niet altijd een even goede reputatie heeft. Zo is het not done om je campertoilet te legen in de natuur, óók niet als er alleen maar water en urine in zit. Je buurman kan dat niet ruiken (nou, ja) en denkt dat jij misschien een hele sloot chemicaliën laat lopen. En over laten lopen gesproken: ga niet wildplassen op een drukke parkeerplaats in de bloedhete zon want dan ruikt binnen no time de hele buurt naar een urinoir. We hoeven ook niet te zeggen dat je nooit ofte nimmer je toiletpapier ergens achterlaat, toch? En nu je toch zo lekker bezig bent: ruim andermans rommel ook gewoon even op. Houd je de plek ook leuk voor de kampeerders na jou.

8. Don’t overstay your welcome

Als je op goede voet wilt blijven met de locals is er eigenlijk maar één oplossing: blijf niet te lang hangen. Ga niet wonen op plekken die daar niet voor bedoeld zijn en ga niet langdurig kamperen op drukke plekken waar anderen ook graag een nachtje zouden willen doorbrengen. Sharing is caring en weten wanneer het tijd is om te gaan ook. 

9. Vertrouw op je onderbuikgevoel

Een gouden regel waar iedere wildkampeerder zich aan zou moeten houden: voelt het niet goed, ga dan. Ook als je net 100 kilometer bent omgereden voor de plek die op papier fantastisch leek maar in praktijk een afwerkplek blijkt, ook als het midden in de nacht is en je niet per se een back-up plan hebt. De kans dat je iets overkomt is bijna overal nihil, maar toch is je onderbuik een goede raadgever. Want een plek waar je je niet op je gemak voelt is sowieso niet goed voor je nachtrust. 

10. Neem soms genoegen met minder

De laatste en misschien wel belangrijkste regel: wildkamperen is geen wedstrijd. Je hoeft niet altijd op de plekken te staan met de meest spectaculaire uitzichten. Soms is de parkeerplaats van een supermarkt – mét prullenbak – alles wat je nodig hebt. Daar ga je de echt mooie plekken alleen maar meer van waarderen.

Illustraties door: Ella Meesters (@studioella.nl)

MELD JE AAN VOOR ONZE NIEUWSBRIEF!

Meld je, via de knop hieronder, aan voor onze nieuwsbrief zodat jij op de hoogte bent van nieuwtjes, nieuwe online artikelen en het uitkomen van de nieuwste editie van vaNLife magazine.

Bekijk reacties (0)

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Copyright 2021-2022 vaNLife magazine. Design by Passion DTP Projects.